Met alle respect, mijn geduld is op! - Print tekst
Misschien herken je je net als ik in de Israëlieten. Ze hadden net een ongelooflijk wonder meegemaakt. Ze waren op weg naar het beloofde land. Natuurlijk was de farao hier niet blij mee. Daar gingen zijn goedkope arbeidskrachten! Hij zou en moest ze tegenhouden. De strijd zag er niet best uit voor de Israëlieten. Ze waren met duizenden. En hadden niet de snelle wagens en paarden zoals het leger van de farao. Het was erg onwaarschijnlijk dat de Israëlieten Egypte zouden verlaten. Ziehier de situatie: de farao en zijn strijders in de rug en voor hun de Rode Zee. Hun bange reactie naar Mozes, de leider, kan ik mij erg voorstellen: “Waren er soms geen graven in Egypte dat je ons hebt meegenomen om in de woestijn te sterven?” (Exodus 14:11)Vanwaar zou hulp moeten komen? God baande voor hen de weg over de bodem van de zee! Wie had dat kunnen bedenken. Geweldig. Ze gingen God loven en prijzen. (Exodus 15).
Na een tijdje in de woestijn krijgen ze dorst. Ze klagen. “Wat moeten wij drinken?” (Exodus 15:25). God voorziet hen van water en verkoeling, twaalf waterbronnen en zeventig palmbomen. Hun behoefte was bevredigd. Maar niet voor lang. Ze beginnen weer te klagen. “Waren we maar in Egypte gestorven bij de vleespotten en het overvloedige brood. (Exodus 16:3)” In de woestijn romantiseren ze hun oude situatie. Nota bene. Ze waren slaven en bakten stenen. Hoe romantisch kan dat zijn? Ondanks deze houding is God hun opnieuw genadig. Ze krijgen manna en vlees uit de hemel. En de Israëlieten zijn weer even tevreden.
Zoals wel meer gebeurt, zoekt Mozes God op voor een strategisch overleg. Deze keer blijft hij voor zijn doen wel erg lang weg, vinden de Israëlieten (Exodus 32). Ze vragen Aaron, de broer van Mozes en interim manager, om goden die hen kunnen leiden. Ze zijn bereid al hun goud en zilver in te leveren om die wens gestalte te geven. Het gouden kalf wordt gegoten. En er wordt feest gevierd. Het kalfje krijgt de eer van het wonder van de uittocht uit Egypte. God ziet wat ze aan het doen zijn en waarschuwt Mozes die op hen af gaat met de twee stenen tafelen. Zodra Mozes ziet wat er gebeurt, gooit hij de tafelen woedend op de grond.
De Israëlieten bleven behoeftig. Als ze kregen wat ze wilden waren ze blij. Maar nooit voor lang. En daar gingen ze weer, ontevreden en ondankbaar. Deze houding sloeg over in ongehoorzaamheid en zelfbevrediging. Ze gingen hun eigen god bouwen. Ze waren het wachten zat! Terwijl God en Mozes met hun situatie bezig waren. En ze hadden beter kunnen weten. Namelijk, dat God pas op het perfecte moment in actie komt. En niet eerder of later. De zee gaat pas uiteen op het juiste moment (lees: Gods timing) en niet uren van tevoren.
Weken, wat zeg ik, maanden heeft het gespeeld en dan is het zover, www.suheyla.org is online. Een wens is uitgekomen. Ben ik nu tevreden? Ja, ik ben blij. Eerlijk gezegd, net als de Israëlieten. De ene wens is nog niet ingewilligd of daar steekt een andere alweer de kop op. En ik wijs God op tekorten en gebreken: ‘’Heer, ik bid U om…’’
Wat ik maar zeggen wil, het houdt nooit op. Er is altijd wel iets. Is het niet voor mezelf dan wel voor een ander. Weet je wat ik echt zou willen? Ik zou meer tevreden willen zijn en genoegen willen nemen met het hier en nu. Gewoon genieten en dankbaar zijn. En wat de onvervulde wensen betreft: “Heer, leer mij de kunst van het wachten.”
à la Suheyla is ontstaan uit het verlangen om te delen. Of zoals Petrus het zei: 'Maar wat ik heb, geef ik u'. (Handelingen 3:6).
- à la Suheyla deze week:
- Onderwijs met impact
- à la Suheyla vorige week:
- Hartzoeker



Reageer Log in of Registreer nu