- Onderwijs met impact
Ik kan niet zeggen dat de fascinatie er de eerste keer al was, maar mens wat een indrukwekkende leraar is Rob Rufus! - Hartzoeker
Half struikelend over de schoenen in de gang doe ik open. Ja hoor. Hij was het. - Geweldige God
Henry Poole keert terug naar de wijk waar hij is opgegroeid om de laatste dagen van zijn leven in alle rust en met drank te slijten. Buurvrouw Esperanza toont medeleven. Haar belangstelling verlegt zich naar de muur van zijn huis wanneer ze meent daar het gezicht van Jezus in te herkennen, tot grote frustratie van Henry. - Er was eens...Jozef
Jozef, een argeloze jongen vertelt zijn broers en ouders dat ze op een dag voor hem buigen. Nou, zijn broers wisten wel wat je met een dergelijk type doet. In de put ermee en omdat dat weinig opleverde verkochten ze hem als slaaf. - Gefeliciteerd hè
De inleider benadrukt het belang van het vieren van je verjaardag. Tja, misschien voor een Nederlander, maar niet voor iemand die niet eens weet wanneer ze is geboren. - Afhankelijkheidsverklaring
Het is niet stoer om het te zeggen. Ik heb ook even getwijfeld. Wat voor indruk maak ik op een postmodern mens? De tijdgeest zet het individu en zelfstandigheid op de voorgrond. In de westerse cultuur is het niet hip te zeggen dat je afhankelijk bent. - Sporten in het stof
En wat schetst daar mijn verbazing? In de loop van de tijd zag ik de sportschool veranderen. Zelfs de stofhopen op de vloer leken minder! - Verrassend jong
De onderwerpen van zijn preken zijn net zo gevarieerd als het eten van mijn ouders in de oogsttijd. Al wekenlang bereidt mijn moeder courgette, gebakken, gekookt of rauw verwerkt in salade. Courgette in de middag en courgette bij het avondeten. - Over de dingen die verdwijnen
Woensdag de 29ste is de dag waarop ik een tas kocht, van lakleer met een 1,5 meter lange schouderband en een blije coupeuse, want die mocht hem inkorten, en…het is de dag dat ik ben bestolen! - Verwatte..?
‘Verwaten,’ zo noemt hij mijn woorden. Rolf vindt het bijna blasfemie hoe ik over God schrijf. ‘Hoe kan een mens tegen God praten, daar is Hij toch te groot voor!’



